Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tom dan hij aan Tom’s ouders had willen bekennen, had mijnheer Vanheem weten over te halen om al die uitdagende maatregelen in te trekken. Hij dacht: Als de stakers, die Tom ontvoerd hebben, bemerken, dat mijnheer Vanheem bereid is om van gedragslijn te veranderen, zullen ze misschien dien armen jongen geen kwaad doen.

Tegen den fabrikant zei hij : „U moet alle wegen vrijgeven. Dan kunnen de ontvoerders de villa bereiken, voor het geval ze hier een boodschap af willen geven. Wij moeten, zo veel we kunnen, draden in handen zien te krijgen." Hij had hem ook aangeraden, volgens gewoonte naar de fabriek te gaan.

Korte tijd nadat de jongens dan ook de tweede spoorwegovergang hadden gepasseerd, was mijnheer Vanheem daar langs gekomen. Ook al op aanraden van den detective had hij de stad vermeden. Op andere dagen joeg zijn auto door de straten ; dan wilde hij laten zien, dat hij niet bang was. Nu, och, het had geen zin om het te ontkennen, nu was hij werkelijk bang. Hij verkeerde in de grootste onrust. Veel liever was hij op Happytown gebleven, om met zijn vrouw over Tom te praten. Al hielp hem dat ook niet.

Op Happy-town ging het leven ondertussen gewoon zijn gang, en meer nog dan gewoon. De vreemde koks waren al vroeg met hun auto’s gekomen en hadden beslag gelegd op de keuken en de aangrenzende terreinen. Ze stalden hun blikken en bussen en glazen en flessen uit op de tafels. De motor van de ijskast snorde voortdurend. Want telkens gingen de deuren open om er nieuwe schalen in te kunnen schuiven en telkens ging er daardoor iets van de koelte verloren.

De vreemde koks commandeerden en plaagden de dienstmeisjes. Ze waren dat zo gewend, en waar ze kwamen, was de lach niet van de lucht, ondanks het haastige werk. Alleen, hier op Happy-town konden de meisjes niet lachen. Er hing een te

Sluiten