Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iongens. En : „Ja, ja, ja," riepen de meisjes. Plotseling waren allen op de been en holden naar de bomen naast het kamp om zich daar een paar bladeren uit te zoeken. Wat moest Tom lachen om die ijverige bende!

Hij wachtte geduldig tot de kinderen bij groepjes weer terugkwamen. Het gaf een heen en weer geloop en een blij geroezemoes op het veld.

Heel uit de verte klonk schor getoeter. Rode Ben kwam al nader.

„Hoera, hoera, hoera!" juichten de kinderen.

Ze gingen bij elkaar staan en zwaaiden met hun bladeren. Ze begrepen dadelijk, dat die rode auto hun tractatie meebracht.

Boven op de Rode Ben zaten drie jonge Arenden en zwaaiden hun kleine gasten toe. Het was bepaald een wonder, dat ze onderweg niet door het wrakke dak waren gezakt en midden in de heerlijkheden terecht waren gekomen !

Nu pas kwam Tom goed in actie.

„Allemaal gaan zitten," riep hij naar de kinderen. „Wie staat, wordt overgeslagen."

Tom was een geboren leider. De kinderen hadden dadelijk ontzag voor dien vreemden jongen en ze deden, wat hij hun zei.

In de stille kamer van zijn pastorie had pater Timmermans ook het getoeter van de Rode Ben gehoord. Al die vrolijkheid trok hem onweerstaanbaar aan. Hij kón niet langer binnen blijven. Hij liep naar Tom toe.

„Is het mij geoorloofd, bij het feest te blijven als toeschouwer?” vroeg hij.

Tom lachte vrolijk.

„Als u in het bos een blad gaat halen en ook gaat zitten, wordt u net zo min overgeslagen,” zei hij gul.

Sluiten