Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN WONDERBARE ONTDEKKING

zij nergens voor deugden en dat zij zelf het zaakje wel eens vlug in orde zouden brengen.

Stom gelukkig daalden de beide helden de trap af en zochten de tuin op waar zij hun vaders vonden, die op hun gemak een pijp rookten op een bank, genietend van de prachtige zomeravond.

„Zo jongelui, weggejaagd?”, vroeg de notaris ondeugend.

„Eerlijk gezegd wel, mijnheer”, antwoordde Kees. „Hans kon niet scheiden van zijn bromtol.”

„En hij wilde een presse-papier meenemen als hoofdkussen”, pareerde Hans.

De beide heeren vroegen opheldering en lachten, toen zij vernamen wat er op de kamer van Hans ingepakt was.

„Enfin, jullie boffen nu. De twee moeders zullen jullie spulletjes wel netjes in orde krijgen”, meende de havenmeester.

Daar twijfelden Hans en Kees ook niet aan, Zij hadden drommels goed begrepen, dat zij de zaak helemaal verkeerd aangepakt hadden en dat alleen een paar vrouwen, die door verhuizingen en schoonmaken daarin ervaring hadden gekregen, de reddeloze rommel weer in ’t reine konden brengen. Hans dacht nog wel even met een benauwd hart aan de roomboter, die in zulke nauwe aanraking was gekomen met de groenezeep, maar stelde zijn hart gerust met de hoop dat de beide moeders die ene koffer over het hoofd zouden zien. De vernedering en vooral de spot, die hij van Kees en de beide moeders te verduren zou hebben als zijn geknoei voor de dag kwam, wilde hij maar liever ontgaan.

De rest van de avond brachten zij door in de tuin. Pas ver nadat de duisternis ingetreden was kwamen de dames beneden. Om beurten probeerden zij de vaders van de jongens een beeld te geven van de ontzaglijke verwarring die zij in de kamer van Hans hadden aangetroffen.

„Als ’t nu maar in orde is”, viel de notaris de dames lachend in de rede. <

yerontwaardigd stoven de beide dames op, Wat dacht de

Sluiten