Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN WONDERBARE ONTDEKKING

gekomen geen gebrek te lijden, was die geheimzinnige sleutelgeschiedenis helemaal op de achtergrond gedreven. Maar nu zij, met iedere stap die zij deden, nader tot het nieuwe avontuur kwamen, kwam het zonderlinge van die gesloten schuurdeur weer in volle omvang naar voren.

„Ik ben nieuwsgierig hoe die schuur er van binnen uit zal zien, Kees”, zei Hans, terwijl hij een stevige ruk aan het touw gal, waarmede hij de wagen voorttrok.

„Ik niet minder. Maar als je wilt dat ik die schuur in een behoorlijke gezonheidstoestand bereik, moet je niet zo hard aan dat touw trekken. Ik kan je niet bijbenen, kerel”, antwoordde Kees mopperend.

„Je moet maar leren een beetje op te schieten. Ik heb al lang genoeg van dat gesjouw met die wagen.”

„Dat komt omdat je niets gewend bent”, plaagde Kees. „Ik zou maar een beetje mijn spieren oefenen, want wie weet wat voor een boeman wij straks in die schuur zullen vinden.”

„’t Zal wel loslopen. Ik ben bang dat jij je er te veel van voorstelt. Wil ik je eens wat zeggen, Kees?”

„Ja, doe dat eens.”

„Als het blijkt dat er niets bijzonders met die sleutel aan de hand is, gooi ik je in de Maas.”

„Poe.... niet zo’n drukte, jochie! Ik ben er zelf bij.”

Zo pratend en elkander plagend trokken de jongens de wagen de havenkade uit en de Qalgkade in. Aan het eind van de Galgkade bevond zich het terrein waar zij moesten wezen. Alles bij elkaar was het maar een klein uurtje bij de stad vandaan,

„Wat zullen wij doen, Kees?”, vroeg Hans, toen zij bij de ingang van het terrein aangekomen waren, tegelijkertijd het touw van zijn schouder werpend.

„Hoe bedoel je?” .M

„De wagen het terrein oprijden of de bagage hier vandaan naar de schuur dragen?”

„Ik denk dat we het beste de wagen hier kunnen laten staan,

Sluiten