Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK IV

^ EEN VEELBEWOGEN MIDDAG

nige minuten gingen voorbij voordat een der jongens in staat

was te spreken. Toen was het Kees die een langgerekte kreet van verwondering liet horen en op een stoel neerviel, de armen langs het lijf, als wilde hij met deze houding te kennen geven dat hij er geen sikkepitje van snapte. Hans volgde ogenblikkelijk zijn voorbeeld, zodat er opnieuw een langdurige stilte inviel. Hoewel Kees zich het meest verbaasd getoond had, was hij het toch die het eerst weer in staat bleek te zijn op een redelijke wijze zijn mening te zeggen.

„Daar zitten wij nou midden in een geheimzinnigheid voor wij er zelf erg in hebben”, begon hij. „Wat is jou indruk van dit geval, Hans?”

„Ik kan er eerlijk gezegd geen touw meer aan vastknopen”* gaf Hans te kennen. .^Gisteren was dat ding dicht, en nu is ze niet alleen open, maar ingericht als een flat in een van de nieuwste wijken van Den Haag.”

„Precies, Hans. Wij kunnen dus wel beginnen met vast te stellen, dat wij niet de enige zijn die het plan opgevat hebben in die ouwe schuur onze intrek te nemen.”

„Iemand is ons voor geweest.”

„Alweer juist. Maar wie?”

„Natuurlijk de man van die koffer daar”, antwoordde Hans vlot.

„Dat is aan geen twijfel onderhevig”, gaf Kees toe. En met een ernstig gelaat ging hij verder: „Nu gaat het er voorlopig om, van wien die koffer daar is....”

Hans keek nu ook met een diepzinnig gelaat naar de koffer en tuimelde bijna van zijn stoel af, toen Kees met zijn vuist een harde slag boven op de tafel gaf.

„Wat is er nou weer?”, vroeg Hans verschrikt.

„Jo, Hans”, antwoordde Kees, terwijl hij ópstond en met grote stappen door het vertrek ging lopen,

Sluiten