Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE MAN UIT JAPAN

zeilen en vissen. Vooral het vissen bleek een telkens weerkerend genot. Aan de overzijde van de rivier, tegen het riet, bleek veel vis te zitten en iedere keer dat zij er met de hengel op uitgetrokken waren, hadden zij een stevig braadje mee naar het kamp gebracht. Hans had ze heerlijk bruin gebakken en op deze manier voor goed zijn reputatie als kok gevestigd.

Van den man uit Japan hadden zij niets meer gezien of gehoord. ’s Avonds hadden zij aan hun kampvuur zitten wachten op zijn komst, nieuwsgierig naar de verhalen die hij beloofd had hun te komen vertellen. Doch geen enkele maal was hij verschenen en ook overdag bleek hij als van de aardbodem weggevaagd.

’t Was op de vooravond van de zesde Augustus, zo ongeveer tegen zeven uur, dat Kees, nadat hij zich met Hans te goed gedaan had aan brood met gebakken vis, zich behaaglijk uitrekte en zei: „Snap je nou waar die kerel zit?”

„Misschien is hij weer op reis gegaan”, opperde Hans, wien het opviel dat Kees nog maar steeds een zekere ergernis in zijn stem liet doorklinken, als hij het over den vreemdeling had,

„Laat hij dan maar wegblijven ook!”, antwoordde Kees feL

Hans schoot in de lach.

„Moet je nog steeds niets van onzen wereldreiziger hebben?”

„Ik niet. Moet jij ’em hebben?”

„Heb je anders niet voor me?”

Kees grijnsde en ging op een mopperende toon verder: „Die vent hangt me de keel uit en toch spookt hij maar door mijn gedachten heen. Ik weet niet wat er aan de hand is, maar smoezen kan hij. Hij komt ons wijs maken dat hi| een rustig plekje zoekt om te werken en nu hij ’t heeft is hij in geen velden Of wegen te zien. Is dat nou flauwe kul of niet?”

Vreemd was het. Als je maling had aan bordjes Verboden Toegang en als je de risico liep als een insluiper gepakt te worden, alleen om rustig te kunnen werken — en je werkte dan niét, ja, dan moest er toch wel wat aan haperen.

„Misschien werkt hij ’s nachts wel, Kees,” zei Hans, die het

Sluiten