Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE MAN UIT JAPAN

toeval hen te hulp. Uit ’t Zuiden kwam een verzameling donkere wolken opzetten, die een hevig onweer voorspelde. Zij spraken af, de risico van een nat pak op zich te nemen en te wachten tot de bui bóven het terrein zou losbreken. Ongetwijfeld zou dat spoedig het geval zijn en zij twijfelden er niet aan of dat losbreken zou gepaard gaan met een diepe duisternis. Mooier gelegenheid voor hun onderzoek zouden zij wellicht niet zo vlug meer krijgen, want als zij al werden gesnapt, dan konden zij voorgeven gevlucht te zijn voor het onweer. De vreemdeling had immers zelf gezegd dat zij in zulk een geval bij hem een onderdak konden vinden.

Er was de gehele dag weinig of geen wind geweest; wel was het buitengewoon warm. Het was dus helemaal geen wonder, dat plotseling opkomend onweer. Nu de bui naderde, werd het zo mogelijk nog stiller. De blaadjes van de wilgenbomen hingen volkomen roerloos. Het water van de rivier, dat de ganse dag vlak als een spiegel geweest was, weerkaartste nu in sombere kleuren de donderkoppen die de rivier over kwamen zetten. Af en toe flitste reeds een blauwe bliksemstraal door de duistere hemel. De duisternis scheen met iedere minuut dikker te worden. De logge zandschuiten, die gemeend hadden met de vloed nog juist de haven van Rotterdam te kunnen halen, vonden het blijkbaar raadzamer niet verder te gaan. Het vallen van de zware ankerkettingen verscheurde de indrukwekkende stilte. Schuw vlogen enkele late vogels naar een veilige plaats. Aan de overzijde begonnen lichtjes te glimmen. De bewakers der fabrieken hadden de lampen ontstoken, als voorzorgsmaatregel tegen het inslaan van de bliksem. Geruisloos gleden de seinlampen der geankerde schepen langs de hoge masten de duisternis in. ’t Was of de gehele natuur, de mensen niet uitgesloten, zich gereed maakte om de komende donderbui te trotseren.

„Wij treffen het, Kees”, zei Hans, die opmerkzaam de naderende donderbui zag opkomen en toch ook wel wat onder de indruk kwam van de dodelijke stilte die aan de uitbarsting vooraf ging.

Sluiten