Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN DAG DIE MERKWAARDIG EINDIGDE

Een ogenblik schemerden er door 4Cees’ gedachte allerlei dwaze dingen. Een ogenblik maar, want even daarna moest hij lachen om die veronderstelling.

„Neen, dat niet. Misschien loert hij even de omtrek af. Maar weet je wat wij wel eens konden dóén?”, zei Kees opeens.

„Nu?”

„De buitendeur een eindje openzetten. Dan weten wij tenminste weer waar de wereld ligt.”

Hans was dat geknoei in het donker al lang moe en haastte zich om Kees’ woorden in daden om te zetten.

„Geef me een hand. Ik weet ongeveer in welke richting de deur ligt.”

Kees gaf Hans een hand en ontdekte dat Hans wel ongeveer wist waar de deur was, maar dat hij geen flauw besef had van de plaats waar twee stoelen en een bank stonden. Na deze driedubbele botsing bereikten zij de deur. Hans greep de klink en wilde de deur openduwen. Het ging niet.

„Help eens een handje”, vroeg Hans. „Die deur klemt.”

Kees kwam helpen. Samen probeerden zij de deur open te krijgen. Het ging nog niet.

„Laat eens even los”, beval Kees opeens, met een stem waar Hans zich over verbaasde

Hans liet de deurkruk los. Kees morrelde er enige ogenblikken aan en zei toen: „Die deur klemt niet, Hans.”

„Niet klemmen?”

„Neen.”

„Wat dan?”

„Die deur is op slot.”

Een ogenblik was Hans in de verleiding luidkeels te lachen. Maar iets weerhield hem. Hij voelde hoe angst zijn keel dichtkneep. Hij zocht in het donker de arm van Kees, kneep die stevig en fluisterde: „Is— de.... deur.... op slot?”

„Stevig op slot, kameraad. Wij zitten als ratten in de val!”

Toen werd de duisternis vergezeld van een lange en indrukwekkende stilte.

Sluiten