Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET WEB VAN LEUGEN EN BEDROG

„O ja! Hij vertelde dat hij er met de boot op uit geweest was maar die nu tot onze beschikking stelde, daar wij er meer recht op hadden dan hij.”

„En waarom had hij dan niet aan den eigenaar van het terrein gevraagd of hij zijn intrek in de loods mocht nemen?”, vroeg oom Henri.

„Omdat hij bang was, dat daardoor ruchtbaarheid aan zijn verblijf zou worden gegeven.”

„Hm. Qa verder.”

Hans ging voort en deed het hele verhaal tot het ogenblik toe, dat zij aan boord door den matroos waren meegenomen. Hij vergat niet te vermelden, hoe zij aan boord van de boot tot drie maal toe de groene lamp hesen.

„Zegt U nu maar eens wat wij er van moeten denken”, zei Kees, die de beide heren aanstaar.de.

„Dat zal ik je gauw vertellen, jongens. Het is aan geen twijfel onderhevig, of jullie vreemdeling is een gemenen bedrieger.”

De jongens wilden protesteren, doch de kunsthandelaar beduidde hun te zwijgen en ging verder.

„Ik kan dat vlug genoeg bewijzen. In de eerste plaats is het verhaal over dat Japanse zwaard geheel uit de duim gezogen. Indien er werkelijk een zwaard van dien beroemden Masamuni zou worden gevonden, was er geen sprake van dat dit op een particuliere markt zou worden verhandeld. Ten tweede is dat in verbinding staan met een politieboot, die de Meeuw geheten is, apekool. Commandant Burger heeft daarstraks al opgemerkt, dat er geen politieboot van die naam bestaat. Slechts onervaren jongens als jullie kon hij iets dergelijks wijsmaken.”

Dit klonk als een verwijt en maakte de jongens nijdig.

„U had hem zélf eens moeten horen”, zei Hans. >

„Of zijn ogen moeten zien!”, voegde Kees er aan toe.

„Dat kan allemaal wel jongens”, hield oom Henri vol, „maar dat neemt niet weg dat jullie lelijk beetgenomen zijn. Die vreemdeling van jullie is een eerste klas misdadiger, die op talentyolle wijze zijn plannen heeft uitgevoerd. Door jullie dat verhaal

Sluiten