Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het web van leugen en bedrog

aroeg net ding bij mij (misschién een onvoorzichtigheid), toen ik vannacht hier aan boord een wandeling maakte. Ik had gedacht Rotterdam nog te kunnen bereiken, maar door onvoorziene omstandigheden waren wij verplicht hier te blijven liggen. Er haperde iets aan de motor. Plotseling werd ik door een onbekend gebleven persoon aangevallen en bewusteloos geslagen. Verder weet ik óók niets. Alleen dat een S.O.S. sein heel wat opschudding heeft gebracht. Toen ik mijn bewustzijn herkreeg, was het een opschudding van belang en juist toen ik den commandant hier de verdwijning van de' parel had medegedeeld, kwamen jullie als uit de lucht gevallen.”

„En denkt U onzen vreemdeling aansprakelijk te moeten stellen voor de diefstal?’*, vroegen de jongens angstig.

„Naar wat jullie mij zoeven hebben medegedeeld, is dat vrij wel zeker.”

Dat was voor de twee vrienden een hele klap. Want niet alleen dat zij zich door dien snuiter hadden beet laten nemen, maar nu hadden zij het slagen van zijn plannen nog in de hand gewerkt.

„Maar hoe is hij hier aan boord gekomen?”, vroeg Kees', die nog een uiterste poging wilde wagen de reputatie van den vreemdeling te redden.

„Dat raadsel moeten wij nog zien op te lossen”, antwoordde oom Henri.

„Hij heeft natuurlijk medewerking van een der schepelingen gehad”, meende commandant Burger.

Oom Henri knikte toestemmend met het hoofd. '

„En is er nu al wat gebeurd, oom?”, vroeg Hans.

„Natuurlijk, jongen. Dacht je, dat wij stil gezeten hebben? Gelukkig is hier radio aan boord en was de marconist aanwezig, zodat wij overal heen geseind hebben wat er gebeurd is. Wij zullen nu het signalement van den vreemdeling laten verspreiden. Wilt U daar misschien voor zorgen, commandant?”

„Wel zéker. En laat óns tegelijk zien, wat het onderzoek .van den stuurman uitgemaakt heeft.”

Sluiten