Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE PSYCHIATER TEGENOVER DE NEDERLANDSCHE WET

Kwalitatief in den zin van: ^iekelijk gestoord, gebrekkig ontwikkeld, tijdens het leven verkregen, en dergelijke. Kwantitatief in den zin van: van zoodanigen' graad dat daaruit zekere gevolgen voortvloeien. Bij de bespreking van de verschillende wetsartikelen zullen wij gelegenheid hebben dit nader toe te lichten.

Het zooeven bedoelde kwantitatieve element kan echter niet steeds zoomaar zonder meer worden vastgesteld. Daartoe is in den regel noodig, dat er eerst klaarheid van meening zij betreffende een nieuwe vraag die van groote beteekenis is. Ik meen dit: zal men den graad der verschijnselen, waarover het gaat, bepalen naar hun gevolgen ten opzichte van één feit (dat feit n.1. dat tot het onderzoek aanleiding gaf), of naar hun gevolgen ten opzichte van het handelen in het algemeen? M.a.w. zal men eischen een gebleken causaal verband tusschen den psychischen toestand van den onderzochte en het feit dat tot het onderzoek aanleiding gaf; en kan er dus geen uitspraak betreffende den graad der verschijnselen worden gedaan, zoolang deze niet aan de gevolgen ten opzichte van een of meer bepaalde feiten kan worden afgemeten? Of zal men zich tevreden stellen met een mogelijk, een te onderstellen, te duchten, te verwachten, kortom met een potentieel causaal verband?

Van psychiatrisch standpunt kan op deze vraag geen ander antwoord worden gegeven dan het tweede. Het eerste immers, de eisch van een gebleken causaal verband van een psychischen toestand en een of meer in dien toestand verrichte handelingen, bevat een onmogelijkheid. Niemand kan bewijzen, dat een handeling die in een bepaalden toestand is verricht, niet verricht zou zijn wanneer die toestand niet hadde bestaan; althans is het bewijs slechts daar met eenige zekerheid te leveren, waar die handeling zelve zoo duidelijk op den toestand wijst, dat deze niet eerst nog behoeft te worden onderzocht (b.v. de landbouwer die een paard koopt voor ƒ ioo.ooo,-, of de erflater die Napoleon tot zijn eenigen erfgenaam heeft benoemd).

In alle andere gevallen kan het onderzoek tot geen verder strekkende conclusies leiden dan deze:

A. ten aanzien van de kwaliteit der waargenomen verschijnselen: of deze vereenigbaar zijn met psychische gezondheid, of dat deze wijzen op een ziekelijke afwijking of op andere bijzonderheden.

B. Ten aanzien van de kwantiteit der waargenomen verschijnselen: of ze vereenigbaar zijn met een ongestoord vermogen om zekere verplichting na te komen, zekere rechten te

SUPPL.

Sluiten