Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De boer kwam juist op de weg kijken, of hij Bertus ook zag. Bruno sprong hem haast omver.

„Hei, wilde hond!. ... Ga toch weg!". .. .

Maar Bruno ging niet weg. Hij blafte schor en woest. Hij trok den boer aan zijn broek. Hij liep een eind weg en jankte.

Toen begreep de boer, dat hij mee moest.

Hij begreep óók, dat hij hard lopen moest.

En Bruno wees hem de weg.

Even later werd Bertus voor de tweede maal in zijn leven in twee sterke armen naar huis gedragen.

En die avond....

Toen lag er in de boerderij een jongen heel diep onder de dekens. Met een warme kruik aan zijn voeten. Met een glas vol warme kwast in zijn maag. En met een hart vol dankbaarheid en berouw.

Toen mocht Bruno nog even in de kamer komen. Toen legde hij zijn grote kop op de dekens en keek zijn baasje aan. Zijn staart sloeg een roffel tegen het bed. Ook van dankbaarheid.

En zijn haar was nog een beetje vochtig van het water uit de sloot.

Toen heeft Bertus wat raars gedaan.

Toen heeft hij beide armen om Bruno's nek geslagen en zijn kop stijf tegen zich aangedrukt. Hij trok Bruno bijna bij zich op bed, op die mooie schone dekens.

En de boerin stond er bij, maar zij bromde niet eens.

Ze zei: „Die hond krijgt vanavond de dikste worst, die aan de zolder hangt."

„Dat is goed," zei oude Gerrit.

En de boer zei: „Maar eerst zullen we danken. We zullen God danken voor die hond."

„Dat zullen we," zei oude Gerrit.

Toen vouwden er vier hun handen.

Sluiten