Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Moeder kwam thuis. En vader kwam ook thuis. Ze moesten eten.

Vader vroeg: „Hebben jullie fijn gespeeld, jongens?” „Neen vader,” zei Henkje zacht.

Dat hoorde vader niet.

„ Ja vader,” zei Wim luid.

Dat hoorde vader wel. Maar dat was een leugen.

Ze kregen allebei een kleur. Wim het ergst.

Maar ze vertelden niets.

De klok sloeg zeven. Toen moesten ze naar bed. Moes bracht ze zelf naar boven. Het was al een beetje donker.

Wim liep hard vooruit, de trap op. Hij deed gauw de gordijnen dicht. Hij knipte gauw het licht aan. En toen kleedde hij zich uit, zo vlug als hij kon.

Moeder zei: „Wat raar is dat, het tocht hier! Voel je het wel, jongens ?”....

„Ja moeder,” zei Henkje.

„N... .n. .neen moeder,” zei Wim. En dat was weer een leugen.

Moeder voelde aan de ramen. Ze waren toch wel gesloten. Gelukkig, ze merkte niets.

„Ik heb me zeker vergist,” zei moeder.

En nog vertelden ze niets.

Toen moesten ze bidden. Eerst Wim en toen Henkje. Op hun knieën voor het bed.

„Het boze, dat ik heb gedaan,

Zie het, Heere, toch niet aan.

Sluiten