Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kareltje schrok nog meer. Hij likte, hij likte....

Maar hij werd erg ongerust.

Hij rende over de straat.

O, o, pas op, pas op!

Nu drupte het al maar door!

Drup, drup, drup....

Op de hand, op de grond, op Karelt jes schoenen.... Drup, drup, drup.... Kareltje likte, Kareltje holde!....

O, dat lekkere ijs! O, dat ijs voor moeder!

Drup, drup, drup.... Kareltje vlooe de straat

door, de stoep op, de deur in....

Kareltje rende de trap op.

Drup — drup — drup

Op iedere tree viel een druppel.

Arme Kareltje!

„Moeder!.... O, o, moeder, gauw, gauw dan!”.... Moeder sliep. Maar nu werd ze wakker.

„Jongen, wat is er toch?”....

„Moeder, o moeder, gauw!.... Gauw dan!”.... Kareltje rende de kamer in. Hij vloog haast öp het bed. Hij duwde moeder een pakje in handen. Een vies, kleverig pakje, dat al maar drupte.

Drup — drup — drup....

„Gauw moeder, gauw, likkenl” zei Kareltje.

„Maar jongen, wat is dat toch?”

„O moeder, ijs! Voor u! Gauw dan toch!”

Toen begreep moeder het.

„Een schoteltje,” zei ze. „En een handdoek!”

Sluiten