Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE EERSTE REIS VAN SINDBAD DE ZEEMAN

Tn het verre Oosten, waar -Me stad Bagdad al heel lang geleden tot grooten bloei was gekomen, leefde een koopman die Sindbad heette. Sindbad was schatrijk. Zijn huis was van marmer en de meubelen van goud, ingelegd met edelgesteenten. Toch was Sindbad niet gelukkig.

Dat kwam doordat Sindbad zich verveelde. Dagen achtereen zat hij op zijn mooie stoel voor zich uit te staren en daar er in dien tijd geen sigaren bestonden, kon hij niet eens zijn verveling verdrijven door een sigaartje te rooken. Nu had de koopman onder veel andere spullen ook een hooge vaas staan, welke hij voor 100.000 goudstukken gekocht had en die vol zat met eerste kwaliteit wijsheid. „Vaas,” zei Sindbad, „vertel me nu eens wat ik beginnen moet.” „Ga reizen,” zei de vaas nu opeens. „Dat is een idee 1” riep de koopman uit en nog dienzelfden dag liet hij zijn bediende een groot pak met reisgoed naar het schip brengen.

C indbad bofte, want het schip was juist gereed om te ^vertrekken naar een onbekende kust van een werelddeel dat de menschen later Afrika zouden noemen. Vóór de zon onderging ging het scheepje onder zeil. Na verloop van ’n week was het volkomen windstil geworden. Het zeil werd dus overbodig en de zeelui waren genoodzaakt om zelf verder te roeien. Zoo bereikten ze eindelijk land. Gelijk met eenige andere zeelui ging Sindbad naar de kust om daar onder ’n palmboom een dutje te gaan doen. Hij sliep echter zóó vast in, dat hij niet bemerkte dat de uren verstreken.

De kapitein van het bootje was blijkbaar niet erg slim en scheen niet te kunnen tellen. Hoe het ook zij: het bootje vertrok, terwijl Sindbad nog altijd lag te dutten, onbewust van de tweekoppige slangen die rond om hem heen schuifelden.

Sluiten