Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door fig. i aanschouwelijk voorgesteld:

de armen omhoog gestrekt, de palmen der handen naar voren gericht, de duimen tegen elkaar en de vingers van beide handen volkomen aaneengesloten.

Uit deze beginhouding worden de armen nu gestrekt zijwaarts gebracht, zoover, dat de duimen van de handen zich ongeveer op ooghoogte bevinden. Bij die zijwaartsche beweging van de armen worden de handpalmen een weinig naar binnen bewogen (zie fig. 2).

biguur 2

De tweede beweging is het naar voren brengen van de gestrekte armen ongeveer 30 c.M., het buigen en daarna het brengen van de handen zoodanig onder of voor de kin, dat de handpalmen naar elkander zijn toegekeerd (zie fig. 3)

Sluiten