Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fig. 18.

3. De duiksprong

In de eerste plaats maakt men de volgende vooroefening: Men knielt aan den rand van het bassin of den steiger, met het gezicht naar het water gekeerd, houdt de bcenen gesloten en de knieƫn iets over den rand van den muur of de plank uit, buigt het hoofd een weinig, en strekt de armen voorwaarts en wel zoo, dat ze vrijwel naast de ooren liggen, de handen naar ueneden gericht zijn, en de duimen elkaar aanraken.

Sluiten