Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V. Het uitzetten van hoeken en het meten van de breedte van rivieren

Wanneer je de grenslijnen van een speelveld aan moet ;even, Is het altijd een probleem hoe je de benoodigde rechte roeken moet bepalen. Daar bestaan verschillende methoden roor, maar er is wel geen enkele, die zoo vlot en goed is, ris die met behulp van een kompas.

Laten we aannemen, dat we nahij ons kamp op een weiland het speelveld ABCD willen afmeten (afb. 8). We beginnen met A—B. Hoe krijgen we nu A—D en B—C daar loodrecht op? Allereerst bepalen we de richting van A—B: 51 s.

De gezochte richting verschilt daarmee een rechte hoek,

dus — 16 s en is dus 61 + 16 = 67 of S s, of

4

51 — 16 = 35 s1). 35 s is blijkbaar juist de verkeerde kant op gericht. We stellen het kompas dus in op 3 s en in deze richting wordt vanuit A het hoekpunt D en vanuit B het hoekpunt C op de juiste afstand met een paaltje gemerkt.

1) Wanneer je bij een richting een aantal streken op moet tellen, krijg’ je soms een 'totaal, dat hooger is dan 64 s. Om het aantal te krjjgren, waarop je je kompas in kunt stellen, trek je ër .clan 64 s af Een blik op de roos van je kompas zal je de juistheid daarvan doen blijken. Tel je bijv. in het hierboven 'genoemde geval bij 51 s 16 s op, dan blijk je na 13 s de 64 s (het Noorden) bereikt te hebben en moet je uiteraard nog 3 streken verder gaan. Dus: 51 s 4- 16 .s = 67 s en 67 s — 64 s = 3 s Het is het zelfde als bij een klok: op. de wijzerplaat komen

Sluiten