Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Steeds dus eerst het belangrijkste bepalen en aangeven, en nadat zoodoende een goed sluitend geheel verkregen is, de begroeiing, smallere paden enz. inschetsen. Bij het laatste kan veel op het oog geschat worden, terwijl het „geraamte” natuurlijk met de noodige zorg opgemeten dient te worden.

Ter verduidelijking van het bovenstaande, zullen we van een drietal schetskaarten de wordingsgeschiedenis nagaan. De gebruikte teekens zijn dezelfde als de aan het begin van dit hoofdstuk vermelde en ze zijn daarom niet telkens aangegeven.

VII. Kaartschetsen. (2)

Afb. 16 is een schetskaart van een cursuskamp op „Duinrell” bij Wassenaar. Hoe dit kaartje tot stand is gekomen, is uit afb. 17 te zien. Aangevangen werd op het op beide afbeeldingen met A aangeduide punt, van waaruit naar verschillende belangrijke punten (wegkruisingen, e.d.) de richting werd bepaald met handgreep C, en op het papier met handgreep D werd aangegeven.

Zoo werd achtereenvolgens de richting bepaald naar I, K, O, N, D, C en B. Vervolgens werd met zorg de afstand A—B vastgesteld, waarna punt B aangegeven kon worden. Daarna werden vanuit B verschillende richtingen bepaald en ingeteekend: naar A (ter controle), naar O, naar D en naar C. Als snijpunt van twee lijnen waren daarmee O, C en D op het papier vastgelegd.

Van B werd daarna (langs C) naar D geloopen; ter controle werden de afstand B—C en de richting C—D gemeten. In D konden wegens de onoverzichtelijkheid van het terrein slechts twee richtingen bepaald worden, waarna verder werd gegaan, eerst naar E, daarna naar F, terwijl de tusschenliggende afstanden gemeten werden. In F begon een bocht, waarvan de richting der eerste meters en de richting naar G vastgesteld werden. Daarop volgden de afstand F—G, de richting G—H en de afstand G—H.

In H kon ter controle de richting naar het reeds op de kaart voorkomende punt O bepaald worden. Wanneer een en ander niet geklopt had, was correctie volgens de methode van afb. 14 mogelijk geweest, waarbij we in dit geval aan hadden mogen nemen, dat de plaats van de punten O en D juist was.

Van H werd na het vaststellen van verschillende richtingen de weg vervolgd langs I, K, L, M, P, N en O, waarbij de tusschenliggende afstanden en de op afb. 16 aangegeven richtingen bepaald werden.

Sluiten