Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit bracht natuurlijk de moeilijkheid met zich de richting zoo te bepalen, dat het draad geen afwijkingen kon veroorzaken. Daartoe werd in A aangevangen en werd achtereenvolgens de plaats der punten B, C, D, E, F, G, H, I, J, K, L, M en N vastgesteld door de onderlinge afstanden te

meten en de benoodigde richtingen op de afb. 18 aangeduide wijze te bepalen. Ter controle kon enkel de richting G—M gemeten worden. Op de buitenomtrek volgden de boschrand B—O—P—Q, de vlaggemast én het pad G—S—T en U—V, waarna voldoende „hou-vast” verkregen was, om eerst het meertje en tenslotte de begroeiing en de tenten in te schetsen.

Sluiten