Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weten, dat hij zou trachten uit Engeland wat bizonders voor hem mee te nemen.

Toen nu Glusius een week na zijn vertrek uit Antwerpen in Frankfort kwam, ging hij vandaar naar Kassei, waar hij gedurende een week de gast van Zijne Hoogheid was. Wat hij dezen meebracht, weten wij helaas niet.

Naar Frankfort teruggekeerd, zette hij vandaar zijn reis voort naar Neurenberg, verbleef nog een tijd bij zijn vriend Camerarius en kwam, na een afwezigheid van bijna een jaar weer in Wenen terug, vol werklust, vol geestdrift, vol plannen.

Want al had hij reeds een deel van zijn vondsten, gelijk wij gezien hehben, persklaar aan Plantijn afgeleverd, er lag ook nog het een en ander te wachten. Natuurlijk eiste ook zijn schromelijk verwaarloosde en deerlijke geplunderde tuin wel heel veel van zijn tijd, maar veel zal van die verzorging in deze herfstmaanden wel niet meer gekomen zijn.

Hij wierp zich met heel zijn enthousiasme op zijn wetenschappelijke arbeid, zodat hij nog vóór Januari 1582 had voltooid èn een publicatie over hetgeen Drake hem had gegeven èn de verkorte Latijnse bewerking van het boek van Cjfristoval Acosta.

Zo sloot Garolus Clusius met de voltooiing van deze twee manuscripten een jaar af, rijk aan afwisseling, vol van inhoud.

Sluiten