Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hier geheel en al een hulpvak van de geneeskunde), ’s winters zou hij de betekenis van de mineralen voor de geneeskunde uiteenzetten. Voor dit alles zou hem een salaris van 400 gulden ’s jaars worden aangeboden. Maar Paludanus, die als senior medicus van de stad Enkhuizen daar een buitengewone, misschien ook meer winstgevende positie bekleedde, die hem bovendien in de gelegenheid stelde om voor zijn beroemd rariteitenkabinet allerlei zaken te verzamelen, die schepen uit vreemde landen in die nijvere koopstad aanbrachten, Paludanus, die zich moeilijk naar een anders wensen, laat staan bevelen, schikte en in de hem nu aangeboden functie een ondergeschikte meende te zullen worden van de hoogleraren der medische faculteit, bedankte na veel onderhandelen tenslotte toch nog. Als redenen hiervoor gaf hij op, dat de regering van de stad Enkhuizen hem niet wilde laten gaan en dat zijn vrouw niet naar Leiden wilde. Dat waren evenwel uitvluchten! Wat het eerste argument betreft: de verhouding tussen Paludanus en de Enkhuizer vroedschap was waarlijk niet zo uitstekend, zijn positie als stadsgeneesheer niet zo onwrikbaar sterk. En wat de tweede reden aangaat: Gatharina Robberts was zonder twijfel een krachtige persoonlijkheid, maar het is toch niet aan te nemen, dat zij door haar tegenzin in Leiden Paludanus van het aanvaarden van deze toch wel eervolle benoeming zou hebben afgehouden, als hij waarlijk met graagte deze had aanvaard!

Met de onderhandelingen, tussen Paludanus en de Curatoren van de Leidse Universiteit gevoerd, waren de zomermaanden van het jaar 1591 heengegaan en het was daarom niet voor November, dat Joh. van Hoghelande onzen Clusius kwam polsen over de praefectuur van de hortus.

Clusius sloeg dadelijk af. Maar blijkbaar geschiedde dit toch nog niet resoluut genoeg, want Van Hoghelande kwam in een volgende brief wederom op de zaak terug. Opnieuw en nu zeer beslist weigerde Clusius: „Op geen manier kan ik worden overgehaald, dat ik de openlijke

Sluiten