Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van industrie. Plantijn, later zijn schoonzoon Raphelengius gaven hieraan een Europese vermaardheid. Deze academiedrukkers vormden een bizondere, haast exclusieve burgerklasse. Zij bekleedden dikwijls belangrijke stedelijke functies. In hun zaken kwamen de geleerden bijeen; daar werden in ernstig discours binnen- en buitenlandse uitgaven besproken.

Wat de universiteit betreft, deze mocht zich na de stichting in 1575 in toenemende bloei verheugen. Reeds na zes jaren was het aantal studenten tot 200 gestegen en nadien groeide het nog gestaag. Natuurlijk waren er moeilijkheden geweest: de tijd van Leicester had de ontwikkeling belemmerd, scherpe aanvallen op Justus Lipsius hadden dezen wereldberoemden geleerde, die zovele buitenlandse studenten naar Leiden trok, in 1591 doen heengaan. Maar de inzinking tijdens Leicester werd door de goede zorgen van figuren als Janus Dousa overleefd, en voor Lipsius won men den zeker niet minder beroemden Josephus Scaliger: „pour donner nom et bruict a cette academie”. Tal van grote geleerden waren verder aan de Leidse universiteit verbonden. Zij gaven glans en waardigheid aan de stad, die anders weinig meer dan een handelsen industriestad zou zijn geweest.

Een tegenwicht, een contrast vormde het losse leven van vele studenten, van allerlei stand en landaard. Jonge edellieden, dikwijls met aanzienlijk gevolg, uit vrijwel alle landen van Europa, vorstenzonen, voor wie een korter of langer verblijf aan de Leidse universiteit een vereiste haast werd, zij brachten een heel ander element in deze stad. Zeker geen ernstig en stil element. Hun ongebonden bestaan — en ook dat van sommige hoogleraren! — gaf dikwijls tot heel wat moeilijkheden aanleiding, al was het niet altijd zo erg als in 1594, toen een volslagen studentenoproer uitbrak. Maar ook in andere tijden waren duels en vechtpartijen, conflicten met den schout, als gevolgen van ernstige straatschenderijen, toch aan de orde van de dag. Het was waarlijk niet zonder reden, dat er in 1592 door den Rector Magnificus een edict werd uitgevaardigd,

Sluiten