Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1592, had hij zich als zodanig verbonden aan de universiteit van Heidelberg. In 1593 werd hij tot professor in de philosophie te Leiden benoemd, maar hij nam deze benoeming niet aan.

Hij was een groot bewonderaar van Gusius. Want hij schreef reeds in 1591 aan Johannes Posthuis: „Aangaande Carolus Gusius is het mij zeer aangenaam alles te vernemen. Ik zal epigrammen en elegieën zenden, als ik kan, zodra ik kan. ik zag onlangs zijn bewerking van Bellon; er kan niets fijner, niets nog meer nauwkeurig zijn. Onder al onze Nederlanders schat en eer ik hem op bizondere wijze. Ik zal moeite doen, dat hij dat eens nog nadrukkelijker weet”. Posthius had hem namelijk aangespoord, om voor Gusius’ werken iets te schrijven, want Posthius vond hem een „geweldig dichter”. Het zijn dus vermoedelijk de resultaten van deze aansporing, die in het voorwerk van de „Rariorum Plantarum Historia” zijn opgenomen.

Aardig, zowel om de toon, waarin ze zijn gesteld, als om de inhoud, zijn twee brieven uit de eerste maanden van 1601 van een zekeren Jacques Noirot, koopman en reder te Middelburg, maar vermoedelijk uit de Zuidelijke Nederlanden afkomstig. Hij noemt zichzelf „een ionck aencommende liefhebber van bloemen”. Hij schrijft, dat hij ontvangen heeft „een cleyn houten casken groot ontrent eenen voet int viercant met cruyden”, en hij vervolgt: „De cruyden sijn al uuyter aerde geschoten geweest ende noch zijn, ende naer dat ick can speuren al eenige daer van bedorven, de aerde is soo hert bevrosen als eene eeye want den schipper seyt dat hyt somwylen mit soet waeter begoten heeft ende t casken heeft in alle dees coude boven opt schip gestaen inde gaelderye ende hy heeft wel 11 weken onder wegen geweest; uwer E. can dencken hoet geconditioneert compt, de rieten die der rontom tot bescherminge gestaen ende omgemaeckt waeren die zijn al gebroken, my deert een vremde plante die als groenen vÖ8en boven de anderen staet, dat die gebroken is. Ick heb se tusschen twee stocxkens opgerecht ende gebonden, het boomken datter neffens staet is al zijn looff cruyt ende

Sluiten