Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In boek IX waren nu de drie boeken van Monardes tot één geheel verenigd.

Nieuw zijn van de „Exoticorum libri decem” dus slechts de boeken I—VI en boek X. De eerste zes boeken zijn door Clusius gewijd aan zijn verzamelingen. De tekst is met 134 houtsneden verlucht. Boek I, II, III bevatten de beschrijvingen van bomen, vruchten en zaden uit vreemde werelddelen; boek IV die van plantaardige sappen en gommen, basten en wortels; boek V die van een aantal dieren, als vogels, viervoeters, slangen; boek VI omvat allerlei maritima: planten, koralen en vissen.

De betekenis van de laatste twee boeken, waarin Clusius zich toch op een te voren hem vrijwel onbekend terrein waagde, is niet gering. Zij behoren stellig tot de werken, die de kennis der Natuurlijke Historie in het begin van de zeventiende eeuw het meest hebben verrijkt. Hier voor het eerst worden beschrijvingen en afbeeldingen aangetroffen van de Vliegende Hond, de Dodo, de Casuaris, de Papagaaiduiker, de Zeekoet, van steenpoliepen, koralen, sponsen, van walvisachtigen, als de Potvis en de Zeekoe, van de Dolfijn enz., enz.

Boek X bevat een nieuwe vertaalarbeid en sluit dus geheel aan bij de inhoud van de boeken VII, VIII en IX. Het is de bewerking van de zogenaamde tractaten van Monardes. Het verscheen onder de titel „Magna Medicinae secreta et varia”.

Clusius had eertijds uit de drie vertaalde werkjes van Monardes de daarbij in de oorspronkelijke uitgave gevoegde tractaten weggelaten. Nu verenigde hij in één deel: het tractaat over de bezoarsteen en de schorseneer uit „la primera parte”, over de sneeuw uit „la segunda parte”, en over het ijzer uit „la tercera parte”. Hieraan voegde hij nog toe een paar kleinere geschriften van Monardes over de roos en sappen, over citroenen en oranjeappelen.

Op boek X volgt ook nog, zoals dat bij de „Rariorum Plantarum Historia” was geschied, een Appendix en een Auctuarium op dit bovengenoemde eerste deel.

Sluiten