Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 4

kennis krijgt, bij den burgemeester tegen de overbrenging bezwaar maken, tenzij Onze Minister reéds ingevolge het vorige lid eene beslissing heeft gegeven. De burgemeester stelt Onzen Minister onverwijld met het bezwaar in kennis. De overbrenging wordt opgeschort, totdat Onze Minister heeft beslist.

5. Onze Minister beslist binnen tweemaal 24 uren en geeft van zijne beslissing onverwijld kennis aan den inspecteur, aan den burgemeester en aan den belanghebbende, zoo deze bezwaar heeft gemaakt. De burgemeester voert de beslissing van Onzen Minister onverwijld uit.

ö. Indien de behandelende geneeskundige verklaart, dat de lijder niet vervoerbaar is en die geneeskundige, de in het tweede lid bedoelde aangewezen geneeskundige of de inspecteur de afzondering van den lijder niet voldoende acht, kan de burgemeester een van de maatregelen, vermeld in het vierde lid van artikel 3 toepassen.

Lid 2 en 6. Zie artikel 37 dezer wet.

— De in dit artikel bedoelde ziekten zijn de z.g. endemische als bijv. buiktyphus, roodvonk, diphtherie. (M. v. T.)

— Het eerste lid houdt in, dat een lijder in zijn woning verpleegd kan worden (in tegenstelling met art. 3) en behelst de opdracht aan den behandelenden geneeskundige, maatregelen voor te schrijven om uitbreiding der ziekte te weren. In overeenstemming met het nieuwe eerste lid van art. 2 wordt ook hier op de medewerking der medici een beroep gedaan. De wettelijke vorm is die van een opdracht, maar in wezen kan het niet anders zijn dan een beroep op medewerking. Sanctie op onthouding zou tactisch ongewenscht en practisch hoogst moeilijk uitvoerbaar zijn.

Het tweede lid is in dien zin gewijzigd, dat de burgemeester afzondering kan gelasten,

Sluiten