Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 20

Onze Minister noodzakelijk acht, kan eene bijdrage uit ’s Rijks kas worden verleend. Wij stellen bij algemeenen maatregel van bestuur voorwaarden voor de toekenning van zoodanige bijdrage.

Dit artikel is aldus gewijzigd bij de wet van 29 November 1935, S. 685 (tot verlaging van de openbare uitgaven). Artikel 3 van § 54 dezer wet luidt als volgt:

Volgens regels, bij algemeenen maatregel van bestuur te stellen, wordt uit ’s Rijks kas eene bijdrage verleend van vijftig ten honderd voor gemeentelijke ontsmettingsdiensten, die Onze Minister niet noodzakelijk acht, met betrekking tot de kosten van opwachtgeld-$telling van personeel, aan een gemeentelijken ontsmettingsdienst verbonden op 1 Mei 1935, alsmede in de jaarlijksche lasten voor de kapitaalsuitgaven, voor den ontsmettingsdienst vóór dien datum gedaan, voor zoover de wedden van dat personeel en de bedoelde jaarlijksche lasten naar de regels, die vóór de inwerkingtreding van deze wet van kracht waren, voor eene bijdrage uit ’s Rijks kas in aanmerking kwamen.

Het eenig artikel van § 55 dezer wet luidt:

De paragrafen dezer wet treden in werking op een door Ons te bepalen tijdstip, welk tijdstip verschillend kan zijn voor elk der paragrafen of voor hare onderdeelen.

De paragrafen 7, 14 en 16; artikel 3 van paragraaf 38 en de paragrafen 40, 41,44,45, 46 en 47 dezer wet vervallen met 1 Januari 1941.

De door Ons ingevolge § 47 dezer wet met afwijking van wettelijke regelingen genomen maatregelen vervallen telkens na verloop van twee jaren, doch uiterlijk op 1 Januari 1941 voor zoo ver niet vóór dien tijd in het onderwerp dezer maatregelen door de wet is voorzien.

De door Ons ingevolge een der overige paragrafen der wet met afwijking van wettelijke regelingen genomen maatregelen vervallen met 1 Januari 1941, voorzoover niet vóór dien datum in het onderwerp dezer maatregelen door de wet is voorzien.

— Zie het op blz. 73 onder de bijlagen dezer

Sluiten