Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 35

2. De in het eerste lid van dit artikel bedoelde personen hebben te allen tijde vrijen toegang tot vaartuigen of voertuigen, waarmede zij vermoeden, dat voorwerpen, waarvan in-, door- of vervoer tijdelijk verboden zijn, worden vervoerd, alsmede tot de winkels en bergplaatsen, waar zij vermoeden, dat die voorwerpen worden verkocht of bewaard. Wordt bun de toegang geweigerd, dan verschaffen zij zich dien, desnoods met inroeping van den sterken arm.

3. Het bepaalde in bet tweede, derde en vierde bd van artikel 23 is van toepassing.

Art. 35. Met bet in werking treden van deze wet vervallen de wet van 4 December 1872 (Staatsblad n°. 134), houdende voorzieningen tegen besmettelijke ziekten, zooals die wet laatstelijk is gewijzigd bij de wet van 11 Februari 1928 (Staatsblad n°. 29), met uitzondering van de Tijdelijke Bepabngen en van de artikelen 17, 17a, 176, 17c, 17d, 18 en 30 voor zooveel dit laatste een van die artikelen betreft, met dien verstande, dat sub 2°. van dat artikel in de eerste en derde alinea in plaats van „artikel 176, lste lid, en van artikel 17c” wordt gelezen : „artikel 176”, en in de tweede alinea in plaats van „— behoudens bet bepaalde in artikel 176, lste bd, — en in artikel 17c,” wordt gelezen : „behoudens bet bepaalde in artikel 176,” ; de wet van 26 April 1884 (Staatsblad n°. 80), houdende buitengewone maatregelen tot afwending van eenige besmettebjke ziekten en tot wering barer uitbreiding en gevolgen ; en artikel 6 van de wet van 1 Juni 1865 (Staatsblad n°. 60), houdende bepabngen op de uit-

Sluiten