Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 35

oefening van de geneeskunst, zooals die wetten zijn gewijzigd bij latere wetten.

Zie voor de in dit artikel genoemde artikelen 176, 17c en \ld artikel 36 dezer wet.

— De artikelen 17, 17a, 18 en 30, alsmede de Tijdelijke Bepalingen van de wet van 4 December 1872, S. 134, zooals die wet laatstelijk is gewijzigd bij de wet van 11 Februari 1928, S. 29 1 luiden als volgt:

Art. 17. Onderwijzers, onderwijzeressen en leerlingen worden in de scholen slechts toegelaten, indien wordt overgelegd eene verklaring van een geneeskundige, dat zij met goed gevolg of meer dan eens de inenting tegen de variola major (pokken) hebben ondergaan of aan de variola major (pokken) hebben geleden.

Onderwijzers, onderwijzeressen en leerlingen evenwel, die eene onderteekende en gedagteekende verklaring overleggen van een geneeskundige, dat zij zonder goed gevolg éénmaal de inenting tegen de variola major (pokken) hebben ondergaan, worden gedurende één jaar te rekenen van den dag, waarop de inenting geschied is, in de scholen toegelaten.

Dit artikel is aldus gewijzigd bij de wet van 30 December 1929, S. 589.

— Zie de onder de bijlagen opgenomen missives van den Mini&ter van Binnenlandsche Zaken, d. d. 20 Juli 1867 en 29 Maart 1933 (blz. 69 en 128).

— lid 1. Bij arrest van den Hoogen Raad van 1 November 1875, W. 3913, C. V., is beslist dat onder het woord „scholen” hoogescholen en athenaea niet zijn begrepen en bij arrest van 15 Juni 1886, W. 5311, C. V., dat met dat woord niet alleen worden bedoeld scholen, waarop lager onderwijs wordt gegeven, maar ook bewaarscholen en derhalve onder de uitdrukking van „onderwijzers”, „onderwijzeressen” en „leerlingen” ook zijn te verstaan, zij die op de bewaarscholen onderwijs geven en ontvangen.

— Hij die feitelijk, ofschoon onbevoegd, aan het hoofd eener school staat, is strafrechtelijk aansprakelijk voor de toelating in de school van leerlingen in strijd met dit artikel. (Arrest van den Hoogen Raad van 27 December 1875, W. 3946.)

1 Deze wet is achtereenvolgens gewijzigd bij de wetten van 29 December 1928, S. 523, 30 December 1929, S. 589, 31 December 1930, S. 518, 29 December 1932, S. 659 en 29 December 1934, S. 725.

Sluiten