Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJLAGEN

der Besmettelijke-Ziektenwet S. 1928, n°. 265.

Missive van den Minister van Binnenlandsche Zaken van den 20sten Juli 1867, betreffende mededeeling der gevallen van kinderpokken en der verrigte vaccinatiën.

Volgens art. 7 der wet van 1 Junij 1865 (Staatsblad n°. 60), geven de geneeskundigen binnen veertien dagen na den afloop eener verrigte vaccinatie, of der behandeling van eenen lijder aan kinderpokken, het bewijs daarvan aan den belanghebbende af. Een duplicaat daarvan wordt door hen bewaard, en uiterlijk ééne maand na het einde van het jaar, waarin de verrigting of behandeling, daarbij vermeld, plaats vond, aan het gemeentebestuur gezonden.

Ik acht het wenschelijk, dat de geneeskundige Inspecteurs en Adjunct-Inspecteurs1 in kennis worden gesteld met de in iedere tot hun werkkring behoorende gemeente verrigte vaccinatiën en revaccinatiën en van de gevallen van kinderpokken, welke zich hebben voorgedaan. Ik heb mitsdien de eer U.H.E.G. te verzoeken de gemeente-besturen in Uwe provincie uit te noodigen, jaarlijks vóór den 1 Maart aan den betrokken Inspecteur of Adjunct-Inspecteur1 lijsten te doen toekomen, ingerigt naar het hiernevensgaand model. De namen der geneeskundigen behoeven daarbij niet te worden vermeld.2

De Minister van Binnenlandsche Zaken, Heemskerk.

1 Thans Inspecteurs van de Volksgezondheid.

2 In verband met een onderzoek naar de oorzaak van de postvaccinale encephalitis heeft de Hoofdinspecteur van de Volksgezondheid in opdracht van den Minister van Arbeid, Handel en Nijverheid bij schrijven van April 1928 aan de gemeentebesturen verzocht na afloop van elk kwartaal een opgave te verstrekken

I van het aantal in dat kwartaal verrichte vacI cinaties.

Sluiten