Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAAT A. (Ingevolge de missive van den Minister van Arbeid dd, 16 September 1921, behoeft de indiening van deze staat, welke het aantal in de gemeerde vóórgekomen gevallen van kinderpokken aangaf, niet meer te geschieden.)

STAAT B. (Zooals deze opnieuw is vastgesteld bij de missive van den Minister van Arbeid, Handel en Nijverheid van 2 December 1927, (Bijv. Stbl. 1927, n°. 283.) Zie pag. 71.

Rondschrijven van den Minister van Arbeid, Handel en Nijverheid van den 30 September 1929 n°. 1784 H. Afd. Volksgezondheid, aan Heeren Burgemeesters betreffende : Besmettelijke-Ziektenwet 1928. (B. S. 1929, n°. 204.)

Binnen kort zal in werking treden de Besmettelijke-Ziektenwet (Staatsblad 1928, n°. 265).

Aangezien door de bepalingen van die wet de bevoegdheden van de burgemeesters verruimd zijn, acht ik het wenschelijk, op enkele hoofdpunten Uw aandacht te vestigen.

Ingevolge art. 1 van die wet zal bjj algemeenen maatregel van bestuur worden bepaald, welke ziekten voor haar toepassing gelden als besmettelijke ziekten. Tuberculose en geslachtsziekten blijven daarvan uitgezonderd.

Bij de uitvoering van dat artikel zullen twee groepen van ziekten, A. en B. onderscheiden moeten worden.

Ten aanzien van beide groepen legt art. 2 aan iederen geneeskundige op den voet als in dat artikel beschreven den plicht van kennisgeving aan den burgemeester en den inspecteur op. Het voorschrift van art. 6 van de wet van 1 Juni 1865 (Staatsblad n°. 60), houdende bepalingen op de uitoefening der geneeskunst, in welk artikel tot dusver de plicht tot kennisgeving van een geval van besmettelijke ziekte voor de geneeskundigen was omschreven, komt te vervallen.

Ten aanzien van de ziekten van groep A. geeft art. 3 van de nieuwe wet bindende voorschriften voor den burgemeester. Het vierde lid van dat artikel geeft den burgemeester de beslissing, welke der aldaar genoemde maatregelen moeten worden toegepast.

Sluiten