Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 4

Aldus gewijzigd vastgesteld bij de wet van 31 Juli 1918, S. 346.

— Zie het op blz. 146 onder de bijlagen dezer wet opgenomen besluit van 15 Mei 1933, S. 276.

Art. 4. Het verbod van gemeenschap met den wal of met andere schepen, brengt mede dat geen der opvarenden het schip mag verlaten en dat niemand zich aan boord van het schip mag begeven, met uitzondering van den loods, de ambtenaren van het Staatstoezicht op de volksgezondheid,de geneeskundigen met het gezondheidsonderzoek en de personen met de uitvoering van ingevolge deze wet te nemen maatregelen belast, van de geneeskundigen of geestelijken, belast met het verleenen van geneeskundige of geestelijke hulp aan de lijders, en van de Rijksambtenaren der belastingen tot uitoefening van hunne functiën, alsmede van ambtenaren van justitie en politie, wanneer hunne ambtsverrichtingen dit vereischen; dat geene goederen gelost mogen worden en geene andere goederen aan boord gebracht mogen worden, dan die, welke voor het levensonderhoud der opvarenden, voor de uitvoering van ingevolge deze wet te nemen maatregelen of voor de verpleging der zieken noodig zijn, met bepaling dat de personen, met het overbrengen belast, zich niet aan boord mogen begeven. De kleederen van de personen, die krachtens de vorige zinsnede aan boord worden toegelaten, worden, zoo noodig, onmiddellijk na het verlaten van het schip, op de krachtens artikel 25 der wet van 4 December 1872 (Stcicitsbloid

Sluiten