Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nomen heeft aan de lossing, onderworpen aan waarneming of toezicht gedurende ten hoogste zes maal 24 uur na het oogenblik, waarop zijn werkzaamheden bij de lossing zijn geëindigd.

Art. 29. 1. Van gele koorts verdachte schepen worden behoudens het bepaalde bij de artikelen 8, tweede lid, 9 en 12 van dit besluit onderworpen aan den maatregel bedoëld onder 1°., en kunnen onderworpen worden aan de maatregelen, bedoeld onder 3°., 4°. en 5°. van artikel 28.

2. De maatregel voorgeschreven onder 4°. van artikel 28 wordt niet toegepast, indien, hoewel de overtocht minder dan zes dagen heeft geduurd, een der bewijzen overgelegd kan worden, bedoeld in artikel 27, lid 3, onder a en b.

Art. 30. 1. Onbesmette schepen worden na gezondheidsonderzoek tot het vrije verkeer toegelaten.

2. De burgemeester der gemeente kan, tot het schip vertrekt, eischen, dat voor hem, onder eede en schriftelijk, door den scheepsgeneeskundige, of, bij ontstentenis vaD dezen, door den gezagvoerder, wordt verklaard, dat op bet schip sedert zijn vertrek uit besmet verklaarde landen, landstreken of plaatsen geen geval van gele koorts onder opvarenden is waargenomen

Van maarregelen tegen vlektyphus.

Art. 31. 1. Als een besmet schip wordt beschouwd een schip :

1°. dat één of meer personen lijdende aan vlektyphus aan boord heeft;

2°. waarop één of meer gevallen van vlektyphus in de laatste twaalf dagen zijn voorgekomen.

2. Als een verdacht schip wordt beschouwd een schip, waarop één of meer ge vallei van vlektyphus zijn voorgekomen op het oogenblik van of sedert het vertrek uit een wegens vlektyphus besmet verklaarde haven, doch meer dan twaalf dagen vóór de aankomst, of wanneer sedert het vertrek uit die haven nog geen twaalf dagen zijn verloopen.

3. Als een onbesmet schip wordt beschouwd een schip, dat geen geval van vlektyphus aan boord heeft, noch heeft gehad op het oogenblik van of sedert het vertrek uit een wegens vlektyphus besmet verklaarde haven en meer dan

Sluiten