Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 3

buiten en er bestaat geen aanleiding daarvoor voorschriften te geven evenmin als de wet het gebruik van vergiftige chemische stoffen in laboratoria regelt. (M. v. T.)

Art. 2. De toepassing van de in artikel 1 bedoelde middelen is behoudens het bepaalde in het derde lid van dit artikel slechts geoorloofd aan hen, die daartoe van Onzen Minister van Sociale Zaken een schriftelijke vergunning hebben verkregen.

De in het eerste lid bedoelde vergunning geldt, tenzij daarbij uitdrukkelijk het tegendeel is bepaald, behalve voor den aanvrager ook voor diens personeel, voor zoover het reinigen of ontsmettingen in zijn dienst verricht.

Het Rijk alsmede gemeenten en vereenigingen, die voor haar ontsmettingsdienst een Rijksbijdrage ontvangen op den voet van artikel 5b of artikel 5c van de wet van 4 December 1872 (Staatsblad n°. 134) *, behoeven de in het eerste lid bedoelde vergunning voor hun reinigings- en ontsmettingsinrichting niet, mits zij de voorschriften in acht nemen, bedoeld in artikel 1.

Art. 3. Onze Minister kan de vergunning bedoeld in artikel 2, eerste lid, te allen tijde intrekken.

Onze Minister kan, met betrekking tot een reinigings- of ontsmettingsinrichting, de vrijstelling bedoeld in artikel 2, derde lid, intrekken, indien, voor zooveel die inrichting betreft, de krachtens artikel 1 gegeven voorschriften worden overtreden. In dit geval is de bepaling van artikel 2, eerste lid, op deze lichamen,

1 Thans: artt. 20 én 22 Besmettelijke-Ziektenwet 8. 1928, n°. 265.

Sluiten