Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

king tot het Rijkssubsidie voor die inrichtingen van onderwijs geldende bepalingen en voorschriften.

2. Ten aanzien van de inrichtingen van onderwijs, waarvoor geen Rijkssubsidie wordt genoten, worden de artikelen 22 tot en met 27 in acht genomen.

22. 1. Zoodra een gemeentebestuur of een schoolbestuur meent, dat aanspraak op vergoeding van de in artikel 20 bedoelde kosten is ontstaan, zendt het een raming dezer kosten over het loopend dienstjaar aan Onzen Minister, met overlegging van een formulier, dat is ingericht volgens een door Onzen Minister vast te stellen model.

2. Onze Minister toetst de raming aan het bepaalde in artikel 20, stelt het bedrag der vergoeding al of niet gewijzigd voorloopig vast en doet hiervan mededeeling aan het bestuur.

23. 1. Het gemeentebestuur of het schoolbestuur kan tegelijk met het inzenden van de in het vorig artikel bedoelde raming aan Onzen Minister verzoeken een voorschot op de vergoeding te verleenen.

2. Bij het verzoek verbindt het schoolbestuur zich tot terugbetaling van hetgeen eventueel bij voorschot te veel mocht worden ontvangen.

24. 1. Onze Minister beslist, of het in het vorig artikel bedoeld verzoek kan worden ingewiJligd, stelt het voorschot over het loopend dienstjaar vast, en doet hiervan mededeeling aan de Algemeene Rekenkamer en aan het bestuur.

2. Het voorschot wordt vóór het einde van elke maand telkens voor een twaalfde dsel van het bedrag, berekend over één jaar, betaalbaar gesteld, of bij inrichtingen van onderwijs, welke slechts een gedeelte van het jaar zijn geopend, naar evenredigheid van het getal maanden, waarin de inrichting per jaar is geopend.

3. Onze Minister is bevoegd om zonder opgaaf van redenen het voorschot niet te verleenen of de uitbetaling van een reeds verleend voorschot te doen ophouden.

25. Jaarlijks in de maand Januari zendt het gemeentebestuur of het schoolbestuur, dat in het afgeloopen dienstjaar aanspraak heeft

Sluiten