Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1934 te s-Oravenhage in de archieven van het Ministerie van Buitenlandsche Zaken is neergelegd;

Overwegende, dat de hierna genoemde landen eveneens hun akten van bekrachtiging hebben nedergelegd, te weten: Australië, Egypte, Qroot-Britannië en Noord-Ierland, Marokko, Monaco, Roemenië, Syrië en Li-banon en Tunis en dat het proces-verbaal van de nederlegging der eerste tien akten van bekrachtiging op 3 April 1935 is opgemaakt;

Overwegende mede, dat op laatstgenoemden datum eveneens zijn nedergelegd de kennisgevingen van toetreding tot voornoemd ver• drag van Boliva, Brazilië, Irak en Soedan en van de toepasselijkverklaring van het verdrag door Qroot-Britannië op de Britsche gebiedsdeelen, vermeld in de hierna te noemen opgave;

Overwegende wijders, dat genoemd verdrag op 1 Augustus 1935 voor het Rijk in Europa, alsmede voor bovengenoemde landen zal in werking treden en voor vermelde Britsche gebiedsdeelen toepasselijk worden;

Op de voordracht van Onzen Minister van Buitenlandsche Zaken van den 17en April 1935, Directié van het Protocol, n°. 13025;

Hebben goedgevonden en verstaan : meergenoemd verdrag, alsmede de vertaling ervan te doen bekendmaken door de plaatsing van dit besluit in het Staatsblad.

Een opgave van de data, waarop de akten van bekrachtiging en de kennisgevingen van toetreding en toepasselijkverklaring zijn nedergelegd, alsmede van de bij de toetredingen gemaakte voorbehouden, is mede bij dit besluit gevoegd.

Onze Ministers, Hoofden van Departementen van Algemeen Bestuur, zijn, ieder voor zooveel hem aangaat, belast met de uitvoering van hetgeen ten deze wordt vereischt. ’s-Gravenhage, den 24sten April 1935.

WILHELMINA.

De Minister van Buitenlandsche Zaken, de Graeff.

(Uitgeg. 7 Mei 1935.)

(Zie voor den Franschen tekst van dit verdrag Staatsblad 1934 n°. 168.)

Sluiten