Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bedoeld in artikel 4, moeten entstofinrichtingen en handelaren in entstoffen voldoen aan regelen, door Onzen Minister vastgesteld.

2. Onze Minister is bevoegd aan de vergunning nadere voorwaarden te verbinden.

6. 1. De burgemeester — of de door hem aangewezen ambtenaar — stelt dengene, die, gevolg gevende aan een oproeping, als bedoeld in artikel 5, ie lid, der Wet, voor hem en den door hem aangewezen geneeskundige is verschenen, in de gelegenheid nader van zijn bezwaar te doen blijken.

2. De geneeskundige geeft den verschenene op onpartijdige wijze een uiteenzetting van de geneeskundige beteekenis van de inenting en van den aard en omvang van het pokkengevaar, tegenover het gevaar, in het bijzonder dat der encephalitis, hetwelk aan inenting, vooral van personen boven den leeftijd van twee jaren, verbonden is.

3. De burgemeester — of de door hem aangewezen ambtenaar — laat den verschenene vrij in het nemen van zijn beslissing.

4. Van de verschijning wordt de acte, bedoeld in artikel 5, 3e lid, der Wet, opgemaakt.

5. De burgemeester — of de door hem aangewezen ambtenaar — doet dengene, die, gevolg gevende aan een oproeping, als bedoeld in artikel 5, 2e lid, der Wet, voor hem en den door hem aangewezen geneeskundige is verschenen, mededeeling van den inhoud van de artikelen 1, 3, 4, 7 en 8 der Wet. Overigens geldt het bepaalde in het 2e, 3e en 4e lid.

7. 1. Indien degene, die de ouderlijke macht of de voogdij uitoefent over een kind, opgenomen is in het centrale bevolkingsregister, zoomede indien het kind in dat register is opgenomen, rust de taak, omschreven in de artikelen 2, 3, 4 en 5 der Wet, op den burgemeester der gemeente ’s-Gravenhage.

2. Onze Minister van Binnenlandsche Zaken geeft, in overleg met Onzen Minister van Sociale Zaken, voorschriften met betrekking tot de wijze, waarop ter uitvoering van artikel 6 der Wet de noodige gegevens worden uitgewisseld tusschen de burgemeesters onderling, alsmede tusschen den burgemeester van ’s-Gravenhage en de Inspectie van de Bevolkingsregisters.

8. Het in artikel 2 van de Wet genoemde bericht, waarbij op de in artikel 1 der Wet bedoelde verplichting wordt gewezen, wordt opgemaakt volgens het bij dit besluit behoorende model No. 1.

9. 1. De verklaringen, bedoeld in de artikelen 3 en 9 der Wet, worden opgemaakt

Sluiten