Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komen bij den Secretaris-Generaal van het Departement van Sociale Zaken. Deze neemt zijn met redenen omkleede beslissing binnen' zeven dagen na ontvangst van het beroepschrift én doet haar onverwijld toekomen aan den burgemeester en den geneeskundig Inspecteur van de Volksgezondheid.

(2) Het beroep schort de werking der aanwijzing niet op.

(3) De Secretaris-Generaal van het Departement van Sociale Zaken kan eigener beweging een aanwijzing, als bedoeld in artikel 1, lid 1, ongedaan maken bij een met redenen omkleede beslissing. Hij zendt deze beslissing onverwijld toe aan den burgemeester en den geneeskundig Inspecteur van de Volksgezondheid.

Artikel 4. (1) Vanwege de aangewe¬

zen gemeente wordt zorg gedragen, dat zoo spoedig mogelijk beschikbaar zijn:

1) een voldoende voorraad vaccin, de noodige instrumenten en al hetgeen verder noodig is voor het inenten;

2) een voldoend aantal geneeskundigen en zoo noodig geschoold verplegend en administratief personeel;

3) localiteiten, waar de inenting kan plaats vinden.

(2) Tijd en plaats van de gelegenheid tot inenting worden door de zorg van den burgemeester bij openbare aankondiging ter algemeene kennis gebracht.

(3) In de gemeente wordt gedurende den in artikel 1, lid 1, bedoelden termijn dagelijks (behalve op Zon- en feestdagen) gelegenheid tot kostelooze inenting gegeven.

(4) Met inachtneming van de artikelen 269—273 en 287 der Gemeentewet kan van de personen, die vanwege de gemeente zijn ingeënt, met uitzondering van on- en minvermogenden, een bijdrage in of vergoeding van de kosten van inenting worden gevorderd. De invordering daarvan wordt geregeld door een plaatselijke verordening overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 291—295 dier wet.

(5) In de kosten, door de gemeente wegens het bepaalde in dit artikel gemaakt, kan aan die gemeente een bijdrage uit ’s Rijks kas worden verleend op den voet van het bepaalde in artikel 20, lid 3, van de Besmettelijke-Ziektenwet (Staatsblad 1928, No. 265).

Artikel 5. (1) Zoodra de inenting is

voltooid, geeft de geneeskundige, die de inenting heeft verricht, daarvan aan den betrokkene een schriftelijke verklaring af. Deze verklaring kan geschieden in den vorm van een aanteekening op de distributiestamkaart.

Sluiten