is toegevoegd aan je favorieten.

Inleiding tot de economie der inheemsche samenleving in Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

natura — producten tegen verbruiksgoederen — heeft in dit verkeer altijd een belangrijke plaats ingenomen.

Daaruit laat zich verklaren, dat de snelle en intensieve doordringing van het geldverkeer op Java eerst dateert van na de agrarische wetgeving (± 1870) en in de meeste streken der Buitengewesten eerst van na hun openlegging en plaatsing onder het werkelijk Nederlandsch gezag tijdens Yan Heutsz. Dan komt de vrije particuliere handel en groote landbouwindustrie, die geheel op het geldverkeer gebouwd zijn, eerst krachtig tot ontplooiing. En van hieruit dringt het geldverkeer de inheemsche maatschappij binnen, b.v. door het gebruik van in geld betaalden inheemschen arbeid, door grondhuur, door productenkoop, door Inlandsche transportdiensten en door het crediet als algemeen begeleidend verschijnsel. Maar ook dan blijft die doordringing onvolledig, afhankelijk van een haar in wezen vreemde, kapitalistische samenleving.

§ 2. De invloed der Westersche cultures op de economische ontwikkeling.

Machtige Europeesche cultures, op Java vooral de suikerindustrie, zijn ontstaan sinds de agrarische wetgeving van 1870. Zij kunnen diep ingrijpen in het economisch leven der in haar invloedssfeer gelegen inheemsche gemeenschappen, direct en indirect. Honderdduizenden inheemschen geven zij werk en dus bestaansmogelijkheid. Dat is haar directe invloed. Maar wijder en veelzijdiger is haar indirecte invloed. Een bevolkingsgroei, zooals Nederlandsch-Indië in de laatste halve eeuw heeft te zien gegeven, ware zeker niet mogelijk geweest, of slechts gepaard gaande met een sterke vermindering der welvaart, zonder den invloed der Westersche ondernemingen. De kosten van de door de Regeering gevolgde welvaartspolitiek zouden niet kunnen worden betaald zonder de belastingopbrengsten, die direct en indirect voortkomen uit de verdiensten der Westersche grootcultures. Opkoopondernemingen, b.v. van thee en tabak, openden nieuwe mogelijkheden voor eigen inheemschen landbouw. De hevea, door den Westerling ingevoerd voor de rubbercultuur, door de bevolking in navolging van de Europeesche ondernemingen geplant, is een bron van welvaart geworden voor uitgestrekte gebieden der Buitengewesten; de bevolkingsrubber werd één der belangrijkste