is toegevoegd aan je favorieten.

Uit huis en hof verdreven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zend gulden opbrengt en als jullie weten, dat ik een dertigduizend hypotheekschuld heb, dan snappen jullie, dat de toestand voor mij ook niet aangenamer wordt. Als ik die zevenduizend gulden beslist moest krijgen door hypotheekverhooging, nu, dan betwijfel ik, of ik dat wel zoo vlug klaar zou hebben. De geldschieter is niet zoo scheutig. De hypotheekbanken zijn zoo voorzichtig mogelijk. Ze verlangen zeker de helft als overwaarde."

„Ja, ja, we kennen dat allemaal", zei Sloters,toen Reinders op hield te spreken. „Zie maar naar mij zelf. Ook ik dacht niet, ooit door de crisis aan lager wal te zullen geraken, 't Zou ook zoo'n vaart niet geloopen hebben. Doch nu Harm boer is geworden en wel op zoo'n groote plaats, wel, nu vlieg ik ook achteruit."

,,'k Wil het wel gelooven" zei Reinders . „Het spijt me ook voor Harm; hij doet flink zijn best, werkt hard en dan niet slechts een bestaan te hebben, doch er jaarlijks nog veel geld bij in te moeten schieten, dat is verschrikkelijk onaangenaam. Ik reken Harm wel eens na en dan heeft hij de laatste jaren, zonder zijn schuld, toch meer dan zoo'n tienduizend gulden verspeeld."

„Ja, en goedkooper kan ik hem ook niet laten wonen. Ik moet ook mijn renten opbrengen. Och, het gaat nog wel, mijn vrouw en ik leven eenvoudig, weten ook niet anders te leven en als dan alle lusten en lasten betaald zijn, dan zijn we voor ons eigen levensonderhoud lang geen duizend gulden meer noodig. Maar dat mag tegenwoordig ook niet, want als men slechts zoo'n drieduizend aan huur ontvangt en zelfs een vijftienhonderd als rente voor hypotheek moet wegbrengen, dan snappen jullie, dat er niet veel boven de duizend gulden overblijft. Ongeveer vijfhonderd gulden heb ik wel noodig voor grond- en waterschapslasten, voor inkomsten- en vermogensbelasting, ja, de drommel mag weten waar voor al niet, want het is tegenwoordig, of je eigen geld, je eigen bezit iets is, dat je niet toekomt."

Reinders had zich meer en meer opgewonden. Hij verlangde niet, dat men hem bijviel of er iets tusschen voegde Af en toe moest hij zich eens uiten. Waarom dat niet tegen deze beide mannen gedaan, boeren, die hem wel zouden begrijpen, die zelfs al was het niet direct, bij zijn situatie be-