is toegevoegd aan je favorieten.

Twaalf vertellingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als maar niet, ach die Ties Thijsen ! Waarom kwam hij haar elk jaar opnieuw met z'n vroegjaars-plantjes voor de vraag stellen : „Was het toch eigenlijk niet beter geweest, als ik „ja" had gezegd ? En nu misschien al groote kinderen om me heen zou hebben ? Dan knaagde 't aan haar hart, dat ze hier nutteloos en zelfzuchtig zat te verdorren, terwijl hij z'n huis en hof verwaarloosde, langzaam verviel tot de oude armoe, omdat hij te veel tijd en geld besteedde om z'n leed weg te drinken. Het leed, dat zij hem deed...

„Kom, kom." Als elk jaar moet ze zich samenvatten, opstaan, werk zoeken om die oneigen gedachten te verdrijven. Ze is niet verantwoordelijk voor Ties Thijsen ! Onzin ! Ze staat voor het hoekkastje, maar is alweer vergeten, dat ze haar naaiwerk wilde halen. Ze weet niet, dat ze met de hand langs het voorhoofd strijkt en het asschekruisje wegwischt, dat ze elk jaar heel den dag door daar laten wil als vermaan tot boete en versterving.

Ties Thijsen had verstandig moeten zijn, had zich een vrouw moeten kiezen van z'n eigen kom-af. Zoo n trouw door-alles-heen als die van hem voor haar, dat is en blijft een kwelling voor allebei.

Maar waarom toch, waarom in vredesnaam zooeven niet eindelijk en ten laatste naar hem toegegaan.