is toegevoegd aan je favorieten.

De brug

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

merking hadden gehad voor lui zijn of slecht werk, maar die geen van drieën tot de lastige types behoorden, tot die types, van wie een dergelijke daad te verwachten zou zijn. Daarbij was Betterman veel te voorzichtig en te handig om zoo iets uit te lokken. Hij mocht al niet geliefd zijn onder de menschen, eenige wrok kon zeker niemand tegen hem hebben.

Neen, hier zat meer achter. Maar wie en wat? Daarbij, aangenomen, dat het inderdaad om Betterman zelf ging, waarom hadden zij hem dan niet veel meer toegetakeld? Want, was de wraakzucht in deze menschen eenmaal gewekt, dan wisten zij niet van ophouden, vooral niet als hun slachtoffer eenmaal lag. Dan werden zij tot wilde honden, die in bhnden moordlust moesten verscheuren. En dan, waarvoor die komedie om naar de politie te loopen? 't Was waar, hij had dat al eens meer beleefd. Maar van één enkelen man, die er natuurlijk inliep. Zoo iets moest immers uitkomen... Of wacht eens. Dezen waren met hun drieën, er waren geen getuigen, dus zou hun verklaring drie maal zoo sterk zijn als die van Betterman. Wat diens bloedneus en blauw oog betrof, daarvan konden zij makkelijk zeggen teruggeslagen te hebben, nadat Betterman begonnen was. Maar neen, het opwachten op een stille plek, terwijl zij hem net zoo goed in de kampong om permissie hadden kunnen vragen, getuigde te veel van opzet. Een raadsel!

Een ding wist Fetter echter zeker. Hij moest er zoo gauw mogelijk achter komen wat het geval beteekende, voordat er nog meer gebeurde. Dit was slechts voorspel geweest. Hij voelde, dat er meer ging komen.

Toen Fetter om één uur naar het werk van Betterman wilde gaan kijken, kwamen er juist een paar inlandsche autoriteiten en zeker wel zes man politie aanzetten, de laatsten voor machtsvertoon, zooals Fetter verklaard werd. Zij vonden, dat Fetter teveel drukte had gemaakt van het geval. Toean Betterman had geslagen en de menschen hadden zich beklaagd. Dat was al. De drie mannen hadden zij al ondervraagd en nu wilden zij alleen mijnheer Betterman even spreken om hem te vragen waarom hij geslagen had. Verder was er niets te doen.

„Merkwaardig," vond Fetter, „dat die toean Fetter van zoo'n