is toegevoegd aan je favorieten.

De brug

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te gaan om transportmiddelen te zoeken voor ongeveer dertig mannen, van wie vijftien getrouwd, met twintig kinderen.

Dornik begreep niets van al die haast, nog minder van die beheerscht gespannen stemming van zijn baas. Wel vroeg hij zich af of er misschien wat gebeurd zou zijn, dat dan geheel ongemerkt aan zijn aandacht zou zijn ontsnapt. Of hij het ooit zou leeren om dit land, deze sfeer en deze menschen te begrijpen?

„Waar moeten zij die autobussen vandaan halen?" vroeg hij onder het eten, om maar wat te zeggen, aan den in zichzelf gekeerden Fetter, die blijkbaar heelemaal niet wist wat hij at.

„Autobussen? O,'ja. Nou, de dichtstbijzijnde bussen, daarvoor moeten zij ongeveer tachtig kilometer rijden."

„Dat is geen kleinigheid. En wanneer gaan die menschen weg:

„Vanavond. Ik heb den vertrekdatum van de eerstvolgende boot opgezocht. Als zij vanavond weggaan, dan kunnen zij er desnoods twaalf uur over doen. Dan zijn zij nog op tijd. Normaal is het acht uur rijden."

„En gaan zij zoo maar alleen ? Zonder dat er iemand meegaat?"

„Hamid gaat mee. Verder zal ik om politiegeleide vragen."

„En wat moet ik op het kantoor doen?"

„Samen met Hamid alle papieren klaar maken, noodig voor het ontbinden van de contracten en het terugzenden, zoodat alles klaar is en ik alleen maar heb te onderteekenen, als ik terugkom. Waarmee ik hoop, dat je uitgevraagd bent. Ik zou namelijk graag wat willen eten."

„Ja, maar wat is er dan toch gebeurd?"

„Ben je bezig om voor enfant terrible te spelen?"

„Neen, maar..."

„O, kerel, schei uit en eet. En wees gerust. Er is niets gebeurd, in het geheel niets, werkelijk niets! Wat is er, Zonde?"

„Een briefje van mijnheer Helmer. Of je dadelijk komen kunt. Er is een tijger in de klem gevangen. En of jij foto's wilt komen maken?"

Fetter keek haar even aan, alsof hij haar niet begreep en Dornik begon te lachen. Toen barstte Fetter los: