is toegevoegd aan je favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het ledikant aan — hij bonst er zijn hoofd tegen aan. Het carillon van de Lambrechtstoren speelt. Hij wil er niet naar luisteren — hij moet er naar luisteren.

Later is het of hij repeteert wat hij in Grensted gelezen heeft: de vier regels van volkomen eerlijkheid, reinheid, onzelfzuchtigheid, liefde — de maatstaven. ,,Belijden niet alleen aan God, maar wat moeilijker is, aan menschen: goedmaken voor zoover dat kan overgave: dus op Leiding letten, luisteren, dus stille tijd houden." Taco wil er om glimlachen, wil zijn onderlip weer schamper vooruitsteken, dat kan hij niet. Grensted komt telkens terug met zijn vier regels, met zijn eisch: deelen bij schuld belijden, en getuigen, terugbetalen en goedmaken . . . Ongeduldig en fel beweegt Taco zijn klamme voeten. Hij trekt de nagels van zijn eene voet fel langs de wreef van zijn andere voet, zijn nagels trekken schrammen, hij voelt het. „Nou, wat zou dat? Anne-Cris had ook eenmaal schrammen, toen in het boschtvan Born . . . Waarom?, ja, waarom had Anne-Cris dat? Ja, wat had Anne-Cris dan altijd? Maar daarom moeten we toch ook praten? Waarom praten we niet?" Hij denkt er over na. Vaak heeft hij willen praten. Vaak hééft hij gepraat. Hij sprak ernstig, dringend ... Ze zei: „Kijk 's wat een dikke mug daar..." Ze voelde zijn nijd wel in de stilte, zijn giftigheid zijn verdriet. Ze zuchtte zwaar — op een speelsche manier. „Oef — al dat gewichtige ... Ik kan dat allemaal niet zoo uitpluizen. Het is — best met ons ... Ze aaide hem met éen vinger. „Kleine jongen! Groote boeman! Struis vogeltje . . ." Hoe lang is het geleden dat hij tegen Anne-Cris zei: „Laat die Cobie Savrij