Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als om zijn brutale durf. Roland kon Max' verlegenheid en loomheid doen overwinnen en hem in allerlei avonturen meeslepen. Maar op een muskieten-vrije avond, als de sterren fonkelden en mandolinezangers met hun weemoedige liedjes langs de straten trokken, kende Max geen groter genoegen dan stil te lopen dromen, en dan was Roland zijn trouwe gezel, wien het nooit verveelde, zwijgend met hem te wandelen in de stille avond.

In het begin was het eigenlijk maar half tot Roland doorgedrongen, dat Max een Javaan was. 'n Javaan, dat was in zijn ogen een contractarbeider of landbouwer op een klein kostgrondje, zoals je er zoveel zag, met de gekleurde hoofddoek, met de onafscheidelijke houwer, met hun loerende blik, hun onverstaanbaar Javaans en gebroken Neger-Engels. Voor Javanen werd je als klein kind bang gemaakt. Javanen konden hun wrok jarenlang verbergen, om het geschikte ogenblik tot wraak, tot bloedige wraak af te wachten. Javanen dobbelden nog erger dan Chinezen; hun dadoe x) was buiten de kampongs eigenlijk even streng verboden als het piauwspel2) der Chinezen; en toch deden ze het overal, waar maar een paar Javanen bij elkaar kwamen. Dat alles en nog veel meer maakte een Javaan even verachtelijk als een koelie 3).

Maar Max was heel anders; zijn keurig khaki-pakje, dat zo helder afstak bij zijn egaal bruine kleur zonder donkere of lichte vlekken, zijn mooie zwarte scheiding, zijn trouwe, ietwat melancholieke ogen, zijn beschaafd Hollands en vloeiend Neger-Engels, dat alles had Roland bijna doen vergeten, dat Max toch ook maar een Javaan was. En sindsdien was hun vriendschap zo hecht geworden, dat er geen scheiding mogelijk scheen. Roland had z'n minachting voor de Javanen — de „andere" Javanen dan, zoals hij ze van jongsaf had leren kennen — nooit tegenover Max geuit; dat was hem nooit bijzonder moeilijk gevallen tot verleden Zondag.

Toen was er een voetbal-match gespeeld tussen een Creoolse club van Nickerie en een club jonge Javanen van Waterlo. Het was te voorzien, hoe de afloop zou zijn. De Creolen, sinds jaar en dag ge-

') Dadoe: dobbelspel van de Javanen.

') Piauwspel: een in Suriname veel gespeeld hazardspel.

s) Koelie: eigenlijk elke arbeider, maar in Suriname speciaal gebruikt voor de 36.000 geïmporteerde Brits-Indiërs of Hindoestanen. Als Surinamer oordeelt Roland uiterst partijdig over de Javanen.

Sluiten