Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerder de partij der Javanen dan de Creolen zouden kiezen; in het gunstigste geval zouden ze onzijdig blijven.

Nickerie had een twintigtal politie-agenten; als al de houtkappers en balata-bleeders, die thuis waren en ook een geweer hadden, zich bij hen aansloten, zouden zij in het open veld en overdag best een paar honderd Javanen baas kunnen; maar ze konden weinig uitrichten, als de vijand, — wat hij zeker doen zou —, zich in groepen verdeelde en van alle kanten in het donker Nickerie binnendrong.

Die gedachte maakte Roland zo razend, dat hij hardop begon te vloeken. Winny zag de kans schoon, om nog eens te proberen:

„Ga je nou mee, Roland? Alle mannen en jongens zullen vechten; al je vrienden ook, Oscar en Wilfried en Siegfried en Johan en Willem en Walter en Max.....

„Max? denk je, dat die tegen zijn eigen volk gaat vechten? Hou je mond, of ik sla al je tanden stuk!"

Daar was het weer! Max! Zijn vader was in dienst van het Gouvernement en zou vast geen gemene zaak maken met de anderen; maar of er op hem te rekenen viel, als het ging tegen de Javanen?

En Max zelf? Roland herinnerde zich nog precies, hoe Max gekeken had naar de scheldende en sarrende toeschouwers bij de voetbal-match! Zou hij ook al gehoord hebben, dat de Javanen vannacht zouden komen?

„Winny, waar heb je het gehoord?"

Geen antwoord.

„Hé, boy!"

„Ik...... ik ', de rest ging verloren in een onbedaarlijk snikken.

Zó had Roland het niet bedoeld! Hij ging naast zijn broertje op de grond zitten, legde zijn arm over zijn schouder en trachtte hem tot bedaren te brengen.

„M'n kleine Winny, 't was niet zo erg gemeend; schei maar gauw uit met huilen!

„Ga je dan met me mee vechten tegen de Javanen?"

„Tegen Max?"

„Max is geen Javaan, tenminste tenminste, niet zo als die

lelijkerds van Waterlo!"

„Maar als Max nou toch eens verdriet had, als we gingen vechten?"

„Hou je dan meer van Max dan van mij?"

„Natuurlijk niet, maar......"

Sluiten