Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben; moest zijn eigen jongen die moeilijkheden nou nog honderdmaal zwaarder maken? En vannacht? De Javanen zouden veel brutaler zijn en veel meer moorden en brandstichten, nu ze wisten, dat ze toch niet gestraft zouden worden. Misschien zou alles wel verbrand en verwoest worden, hun eigen huis ook. Wat zou er dan van vader en broertje en zusje terecht komen?

Max vond de ellende niet meer te overzien! En dat alles door zijn eigen schuld! Maar hoe kon nou eigenlijk zo'n kleine ongehoorzaamheid zulke verschrikkelijke gevolgen hebben? Zou er nou niks aan te doen zijn en zou niemand hem komen helpen? Proberen, om hun bewaker om te kopen? Zijn trots verzette er zich tegen; dat nooit! Schreeuwen? Nog vóór hij zijn mond goed en wel zou opengedaan hebben, zou hun bewaker al hebben toegestoken. Maar dan hadden ze ook geen gijzelaar meer; dat zou een lelijke streep door hun rekening zijn en misschien zou hij de volgende dag toch gemarteld en gedood worden. Was hij bang voor de dood? Toen zo pas die man met een dolk op hem af kwam, was hij ineengekrompen; hij schaamde zich nu daarover en voelde zich sterk genoeg, om te sterven. Hij was dan meteen van alles af, ook van dat gezeur thuis met die zwarte huishoudster. De gedachte aan haar deed hem ineens weer verlangen te blijven leven; die vrouw zou lachen, als zij van zijn dood hoorde, en blij zijn met die gemakkelijke overwinning; dan was ze verzekerd van haar mooie positie, als hij uit de weg geruimd was. Zijn woede verdubbelde; hij wilde leven, hij wilde vrij zijn, hij wilde vechten, hij wilde zich wreken, o, hij wilde zoveel, zoveel! Zijn spieren spanden zich, een verbeten vloek kwam over zijn lippen, zijn ogen fonkelden: daar moest uitkomst en redding komen, maar van welke kant?

Zou de God van de Christenen nou machtig genoeg zijn, om hem te bevrijden en alles goed te doen aflopen? Als dat nou eens kon! Maar zou die God zich wel om hem bekommeren en hem willen helpen? Er om bidden? Hij had nog nooit gebeden, maar 't was te proberen. Van één ding was hij zeker, en dat verschafte hem nu een onuitsprekelijke voldoening: hij had nooit gespot met wat de Christenen geloofden en deden; dat had zijn vader hem van jongsaf geleerd, en had hij ook trouw in practijk gebracht, vroeger al in de stad en hier ook. Dus God zou wel niet kwaad op hem zijn, en hem misschien verhoren; maar dan moest hij ook wat beloven, voor het geval alles

Sluiten