Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wilde bekennen. Tot dusver had hij als vaststaand aangenomen, dat de mandoer, ondanks hun vijandschap, hen toch in geen geval Zou verraden; want dat moest hij den ouden man nageven: al moest hij wel eens streng optreden bij het werk, tegenover den Directeur en Zelfs tegenover den Commissaris trok hij altijd partij voor zijn rasgenoten. Daarbij zou zijn leven geen dag meer veilig zijn, als hij hen verried.

Waar kon hij toch zitten? Ook de stemming onder de contractanten beviel hem niet; behalve een groepje heethoofden, namen de meesten een afwachtende houding aan. Als de mandoer overal rondgegaan was, om het plan af te raden, te verbieden, desnoods, hadden de jongeren, die de grote meerderheid vormden, zich misschien tot verzet geprikkeld gevoeld, en, juist als hun aanvoerder gedacht: Nu zeker! We laten ons door dien ouden man niet kommanderen; Natiman is onze nieuwe mandoer!

Maar dat Karbani het niet eens de moeite waard vond er verder over te spreken, en als een uitgemaakte zaak scheen te beschouwen, dat het wraakplan niet doorging, maakte hen be-angst. Wie zou er ten slotte de baas zijn: Karbani of Natiman? Zou er vannacht nog wat gebeuren of niet? Wie weet, waar ze de volgende avond zouden zitten? Het laatste bevel van Natiman was geweest: allemaal juist doen, of ze gewoon gingen slapen en om één uur in verschillende, te voren gevormde groepjes, optrekken en langs zeven verschillende kanten Nickerie binnendringen. Ieder moest zorgen voor lichtontvlambare stoffen en een scherpe houwer; de winkels moesten ze sparen, maar verder konden ze brandstichten, zoveel ze wilden. Wat er verder zou gebeuren, wist Natiman zelf nog niet. Dat wist eigenlijk niemand en er was er maar één, die daar ernstig over nagedacht had.

Karbani zag de toestand veel ernstiger in, dan hij uiterlijk liet blijken. Voor zichzelf was hij er lang niet zeker van, dat Natiman z'n zin niet zou krijgen; hij kende zijn volk genoeg: jarenlang konden ze loom en onverschillig alles over zich heen laten gaan, maar als eenmaal hun hartstocht was opgewekt, dan konden de gevolgen verschrikkelijk zijn. Maar wat zou daaruit dan weer voortvloeien? Waterlo kon toch onmogelijk een paar honderd dieven, brandstichters en moordenaars aan 't werk houden? Het Gouvernement kon er toch niet in berusten, dat zij grondjes en huizen in eigendom namen? Daar moest met gewapende macht — desnoods vanuit Holland,

Sluiten