Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en dan met Roland naar de boot te gaan. Karbani bleef hem enige ogenblikken nakijken en begaf zich naar den mandoer om het verloop van de avond te vertellen. Daarmee zou zijn taak eigenlijk afgelopen zijn, maar hij wist nu al dat hij, tegen de afspraak in, zelf ook zou meegaan, om Max naar de boot te brengen. Van slapen zou die nacht dan helemaal niets komen, maar hij zou toch geen rust hebben, vóór hij de boot met de jongens goed en wel had zien wegvaren. Ondertussen waren Roland en de twee zoons van Karbani op weg naar Nickerie. Bij de grote plantage-winkel gekomen, waar de grote weg rechtsaf ging naar de steiger van Waterlo en verder langs de rivier, meende Roland, dat het beter zou zijn, wanneer ze rechtuit gingen, de kampong door, om verder door de rietvelden heen, de achterdam te bereiken en zo ongemerkt Nickerie trachten binnen te komen. Had Freddy niet gehoord, dat op verschillende punten posten waren uitgezet? Op de grote weg zou er zeker een staan en dat gaf misschien nodeloos oponthoud. De eigenlijke reden ver Zweeg hij: hij wou niet graag in gezelschap van twee Javanen gezien worden; dat zou hem voorgoed de bijnaam van „verrader" kunnen bezorgen.

Zijn gezellen, die dit heel goed begrepen, maakten echter moeilijkheid; zij kenden het weggetje wel, wat hij bedoelde; daar werd wel meer gebruik van gemaakt, vooral door bushrum smokkelaars. De kans om daar een wachtpost te vinden, was minstens even groot als op de rivierweg, terwijl de kans op moeilijkheden er groter was.

„Waarom?" vroeg Roland.

„Op de grote weg zal waarschijnlijk de Commissaris zelf of de Inspecteur van politie het hoofd van de troep zijn. Die kennen ons en zullen ons gemakkelijker doorlaten dan de eerste de beste politie of burgerwacht, die op de andere posten staan."

„Maar als nou op de grote weg ook iemand staat, die jullie niet kent?" hield Roland vol.

„Dan is het nog altijd minder verdacht, wanneer we daarlangs lopen dan langs een smokkelpaadje!"

Dat moest Roland toegeven en, al was het met tegenzin, hij ging met hen mee. 't Liefst was hij alleen rechtdoor gegaan, maar hij was bang, voor Natiman. Als hij geweten had, waar deze op dat ogenblik was, waren ze zeker alle drie langs het smokkelpaadje gegaan!

Natiman had tevergeefs getracht bij het huis van den mandoer

Sluiten