Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Roland was uitbundig in zijn bewondering; de è! è!'s waren niet van de lucht!

Halverwege de helling, die van vlakbij toch niet zo steil leek, als ze gedacht hadden, zagen ze een gebouwtje, dat ze al gauw als een miniatuurschool herkenden. Ze wuifden alle drie, toen op het fluiten van de Carolina, heel de school leeg liep en alle Indiaantjes naar buiten stormden.

Ondertussen waren verschillende mannen en vrouwen naar beneden gekomen en parelden in hun korjalen de Carolina tegemoet, die spoedig van alle kanten door Indianen omringd was. Het manoeuvreren der barkas om in de kleine baai een goede ligplaats te vinden, had het water in beroering gebracht en de jongens schaterden van pret om de vlugge bewegingen der Indianen, die zich aan de boot vasthielden en tegelijk de op en neer dansende korjaal onder hun voeten moesten houden.

De bootsman haalde een grote mand te voorschijn met broodjes en koeken en begon een formele handel te drijven. Binnen enkele minuten was de mand half leeg en, ofschoon er nog kopers genoeg waren, werd de handel stopgezet. De Indianen schenen te begrijpen waarom en keken met ongeduld naar de oever. Vandaar kwam in een grote korjaal, door twee jongens voortgepareld, de zwarte onderwijzer, die tegelijk politie-beambte was. Rustig stapte hij in de barkas over en kocht eerst zijn aandeel van het brood, zodat de handel verder kon doorgaan. De bootsman pakte het netjes in en gaf het aan een der beide jongens in de korjaal. Even rustig begroette de meester baas Maynard en begon met hem te praten in een soort Engels, waar de jongens geen woord van verstonden. Zou Maynard zijn belofte vergeten?

Neen, al gauw zagen ze, dat het over hen ging en nu konden ze ook wel zo ongeveer verstaan, wat er gezegd werd. Ter ere van de aanstaande verjaardag van Hollands Koningin, nodigde Maynard hem uit, hun zaken te bespreken bij een glas bier en een fijne sigaar. Vooral dit laatste scheen den meester goed te bevallen en terwijl Siegfried het bier ging halen, wees de motorist op de drie jongens en vroeg, of die zolang aan land konden gaan, om het mooie kerkje eens te bekijken. Met een effen gezicht gaf de man zijn toestemming; alleen de glinstering van zijn zwarte ogen bewees, dat hij de truc dóór had en...... waardeerde.

Sluiten